Gedragscodes in internationaal, Europees en privaatrechtelijk perspectief - Books & Kisses

Gedragscodes in internationaal, Europees en privaatrechtelijk perspectief

0 out of 5

35.50

SKU: 1d8fa9cc770c Categorie:

Meer informatie

  • Beschrijving

Beschrijving

In dit boek zijn twee preadviezen voor de Vereniging voor Burgerlijk recht opgenomen, met als thema 'Internationale codes en privaatrechtelijke handhaving'. In het preadvies van Menting en Vranken wordt onderstreept dat, hoewel wordt opgeroepen om meer aandacht te besteden aan zelfregulering door middel van gedragscodes in het privaatrecht, het onderwerp in Nederland nog steeds niet erg in beweging is. Omdat een quickscan uitwees dat dit op Europees niveau meer gebeurt, hebben Menting en Vranken het vizier ook op Europa gericht. Tot nu toe is dat in de Nederlandse privaatrechtelijke literatuur niet stelselmatig gedaan. Verder hebben de preadviseurs empirische gegevens verzameld over het verschijnsel gedragscodes in Europa en Nederland, meer in het bijzonder over hun functies. Ook dit is anders dan gebruikelijk. Achtereenvolgens hebben de preadviseurs (a) De stand van zaken in literatuur en wetgeving met betrekking tot zelfregulering (gedragscodes) in Europa en Nederland (hoofdstukken II en III) onderzocht, en (b) empirisch onderzoek gedaan naar de functies van gedragscodes in Europa en Nederland (hoofdstuk IV). De te beantwoorden vraag in dit preadvies is vervolgens of uit de gegevens van a en b criteria zijn af te leiden voor het toekennen van (enigerlei vorm van) juridische betekenis aan gedragscodes (hoofdstuk V). Menting en Vranken formuleren daartoe enkele discussiepunten en tentatieve conclusies. Het preadvies is deels, soms letterlijk, gebaseerd op de dissertatie die mevrouw Menting over het onderwerp voorbereidt en waarschijnlijk in 2016 zal verdedigen. Scheltema stelt voorop dat op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) (vooral internationale) private regulering (algemene regels/beginselen die niet via de traditionele publiekrechtelijke weg tot stand zijn gekomen) ontegenzeglijk aan een opmars bezig is. Dat kan volgens de preadviseur als positief worden beschouwd; hoe meer initiatieven op dit terrein worden ontplooid, hoe groter de kans dat mensenrechten, het milieu, arbeidsomstandigheden, enz. erop vooruitgaan. Het gaat daarbij om een mogelijkheid; of dergelijke initiatieven daadwerkelijk effectief zijn, wordt slechts zeer sporadisch onderzocht en als dat al gebeurt vaak alleen vanuit een bepaald perspectief. Deze overvloed aan initiatieven heeft naast het hiervoor omschreven mogelijke positieve effect volgens Scheltema ook een keerzijde. Zo kan deze leiden tot nadeel voor consumenten, verstoring van de mededinging, handelsbeperkingen, onnodig hoge kosten om deel te nemen aan een initiatief (met name in relatie tot de effecten ervan), miskenning van relevante belangen en problemen bij aanbestedingen. In het preadvies van Scheltema worden daarom de mogelijkheden verkend om te komen tot een methodologie om effectiviteit van dergelijke internationale private regulering te bepalen. Daarbij is gekozen voor een interdisciplinaire benadering waarin inzichten uit de juridische, economische, sociologische en psychologische doctrine worden ontleend en wordt getracht deze te integreren in een methode.